Subjectieve veiligheid

Om de subjectieve veiligheid met betrekking tot (land)bouwvoertuigen in beeld te krijgen is een enquête uitgezet onder weggebruikers en wegbeheerders. 

Weggebruikers

Aan weggebruikers is gevraagd in hoeverre de wetswijziging in het afgelopen jaar volgens hen invloed heeft gehad op de aspecten verkeersveiligheid en doorstroming. Voor het aspect verkeersveiligheid is vervolgens onderscheid gemaakt in de aspecten: rijden op wegen waar (land)bouwverkeer niet is toegestaan, modder/ afvallende lading op de weg, te brede voertuigen en te hard rijden, zie onderstaand diagram voor de resultaten.

Op alle aspecten geeft de meerderheid aan dat de effecten gelijk zijn gebleven. Zo geeft 50-60% van de respondenren aan dat op de aspecten verkeersveiligheid, leefbaarheid in de dorpskernen, rijden op wegen waar niet toegestaan is en snelheid het effect gelijk is gebleven. Voor doorstroming, modder/ afvallende lading en te brede voertuigen ligt dat boven 60%.

De grootste veranderingen zijn volgens de respondenten op de aspecten verkeersveiligheid (volgens 16% toegenomen), te hard rijden (volgens 12% is de snelheid door de wetgeving toegenomen) en doorstroming (10% geeft aan dat de doorstroming is toegenomen).

Bij bijna alle aspecten geeft ongeveer een kwart van de weggebruikers aan niet te weten hoe de situatie verandert is. Op het aspect 'rijden op wegen waar landbouwverkeer niet is toegestaan' geeft 35% aan dit niet te weten.

Wegbeheerders

Aan wegbeheerders is gevraagd in welke mate zij klachten hebben ontvangen met betrekking tot landbouwverkeer en in hoeverre er volgens hen in het afgelopen jaar veranderingen zijn opgetreden door de invoering van de APK-, registratie- en kentekenplicht. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande grafieken.

Ten opzichte van de nulmeting is in de categorie verkeersveiligheid onderscheid gemaakt naar verschillende wegtypen (30 km/uur, 50 km/uur, 60 km/uur, 80 km/uur).

De meeste klachten worden ontvangen op het aspecten overlast door  breedte (63%), te hard rijden (61%) en leefbaarheid in de dorpskernen (61%).

  • Bij de nulmeting waren dit alleen nog de aspecten leefbaarheid (67%) en te hard rijden (58%)

  • Bij de 1-meting waren dit de aspecten leefbaarheid (68%) en te hard rijden (75%) en kwamen er 3 aspecten bij: afvallende lading (68%), overlast breedte (75%) en te smalle wegverharding 79%)

  • Bij de 2-meting waren er klachten op het gebied van leefbaarheid (64%), te smalle wegverharding (64%), te hard rijden (62%) en verkeersveiligheid bij 30km/uur (61%).

De minste klachten (bijna-nooit) worden ontvangen over de aspecten doorstroming (57%), verkeersveiligheid 80 km/uur wegen (54%) en rijden waar dit niet is toegestaan (54%).

  • Bij de nulmeting gaf 53% aan bijna nooit klachten te ontvangen over doorstroming, bij de 1-meting was dit 32% en bij de 2-meting 62%. 

  • bij de 1-meting gaf 43% aan bijna nooit klachten te ontvangen over de verkeersveiligheid op 80 km/uur wegen. Bij de 2-meting was dit 53%. 

  • Bij de nulmeting gaf 64% aan bijna nooit klachten te ontvangen over rijden waar dit niet is toegestaan, bij de 1-meting was dit 46% en bij de 2 meting 65%. 

Verdieping per aspect 

Als we kijken naar de resultaten van de 3-meting ten opzichte van de vorige metingen valt in eerste instantie op dat er een schommelend beeld is over de klachten op de aspecten doorstroming en over (land)bouwvoertuigen die rijden op wegen waar dit niet is toegestaan.

  • Doorstroming: bij de nulmeting gaf 53% aan bijna nooit klachten te ontvangen over de doorstroming. Bij de 1-meting was dit 32% en bij de 2-meting 62%. In 2023 was dit 57%

  • Rijden waar niet toegestaan: bij de nulmeting gaf 64% aan bijna nooit klachten te ontvangen over doorstroming te ontvangen, Bij de 1-meting was dit 46%, bij de 2 meting 65% en bij de 3-meting 54%

Op het aspect verkeersveiligheid is een verschuiving te zien over het aantal klachten. 

  • 4-9% van de wegbeheerders geeft aan niet te weten hoeveel klachten ze hierover ontvangen ten opzichte van 6-12% bij de 2-meting. Dit is redelijk vergelijkbaar met de 4% bij de 1-meting en 5% bij de 0-meting.

  • Bij 30 km/uur worden er in recente jaren vaker klachten ontvangen. Het percentage (bijna) nooit klachten is vergelijkbaar gebleven (27%). 32% geeft aan minder dan 1x per maand hier klachten over te ontvangen, dit is 10% minder dan bij de 1-meting en vergelijkbaar met de 2-meting. 18% geeft aan 1 tot 3 keer per maand hier klachten over te ontvangen. Bij de 1-meting was dit 21% en bij de 2-meting was dit 24%. Tot slot geeft 4% aan 1 of meerdere keren per week hier klachten over te ontvangen.

  • Bij 50- en 60 km/uur was bij de 1-meting de frequentie van de klachten gelijk. Nu is hier een verschuiving zichtbaar.

    • 32 tot 34% geeft aan bijna-nooit klachten hierover te ontvangen. Bij de 2-meting was dit 32%, bij de 1-meting was dit 25%. 

    • Minder dan 1x per maand is een verschuiving zichtbaar 43% minder dan 1x per maand klachten te ontvangen over 50km/u wegen en 39% van 60 km/u wegen. Met de 2-meting was dit respectievelijk 39% en 32%, bij de 1-meting 39%.

    • 1 tot 3 keer per maand is minder vaak aangegeven, 5%. Bij de 2-meting was dit 15% en 17% en bij de 1-meting 25%. Ten slotte geeft 2% 1 of meer keer per week klachten te ongvangen.

  • Bij 80 km/uur wegen valt op dat 54% aangeeft bijna nooit klachten te ontvangen over de veiligheid, dit is vergelijkbaar met de 2-meting (53%) en 10% meer dan bij de 1-meting. 

Op het aspect leefbaarheid in de dorpskernen is een verschuiving te zien in de frequentie van klachten op dit aspect.

  • 23% geeft aan 1 tot 3 keer per maand hier klachten over te ontvangen, en 4% 1 of meer keer per week. Bij de 2-meting was dit 29% en 8%, bij de 1-meting was dit 25% en 4% en bij de 0 meting 29% en 3%.

  • 21% geeft aan bijna nooit klachten hierover te ontvangen. Bij de 0-meting was dit 19%, bij de 1-meting 21% en bij de 2-meting 24%

Op het aspect wegverharding te smal is te zien dat hier steeds minder klachten over binnen komen.

  • De meeste respondenten geven aan minder dan 1x per maand hier klachten over te ontvangen (43%), vergelijkbaar met de 2-meting (44%). Bij de 1-meting gaf 61% <1x per maand klachten te ontvangen

  • 21% geeft aan (bijna)nooit klachten hierover te ontvangen, bij de 1-meting was dit 14% (bijna)nooit en bij de 2-meting 26%.

  • 2% geeft aan 1 of meer keer per week klachten hierover te ontvangen, bij de 0-meting en 1-metng was dit 0%, 2-meting was dit 3%

Op het aspect modder op de weg of afvallende lading is een verschuiving te zien.

  • De meeste respondenten geven aan minder dan 1 keer per maand (39%) of bijna nooit (30%) klachten te ontvangen. Bij de 1-meting was dit respectievelijk 54% en 18% en bij de 2-meting 35% en 33%. 

  • 0% geeft aan 1 of meer keer per week hier klachten over te ontvangen, bij de 1-meting was dit 0% en bij de 2-meting 2%.

  • 11% geeft aan 1 tot 3 keer per maand klachten te ontvangen, bij de 1-meting was dit 18% en bij de 2-meting was dit 14%.

Op het aspect overlast te brede voertuigen is een verschuiving te zien

  • De meeste respondenten geven aan minder dan 1 per maand klachten te ontvangen op dit aspect (36%, dit is gelijk aan de 2-meting)bij de 1-meting was dit meer dan de helft van de respondenten (57%)

    • Een deel van de respondenten geeft nu aan 1 tot 3x per maand hier klachten over te ontvangen (25%), 21% bij de 2-meting, en 14% bij de 1-meting.

    • Daarnaast geeft een deel aan bijna nooit klachten hierover te ontvangen (21%), 14% bij de 1-meting en 27% bij de 2-meting.

Op het aspect te hard rijden komt minder vaak een klacht binnen dan bij de 1-meting. 

  • De meeste respondenten geven aan minder dan 1 keer per maand hier een klacht over te ontvangen (38%) en 20% geeft aan bijna nooit klachten te ontvangen.

    • Bij de 1-meting was respectievelijk 43% en 14% en bij de 2-meting was dit 39% en 27%.

  • 4% geeft aan 1 keer per week of meer klachten over snelheid te ontvangen, bij de 1-meting was dit nog 11% en bij de 2-meting was dit maar 2%.

Daarnaast is gevraagd aan wegbeheerders in hoeverre er volgens hen in het afgelopen jaar veranderingen zijn opgetreden door de invoering van de APK-, registratie- en kentekenplicht, zie onderstaande grafiek.

Op bijna alle aspecten geeft ongeveer de helft van de respondenten aan dat het effect op de aspecten gelijk is gebleven.

  • Bij openstelling van rondwegen of hoofdrijbaan voor landbouwverkeer geeft iets minder dan de helft (48%) aan dat dit gelijk is gebleven. Daarbij geeft 29% niet te weten of dit verbeterd, verslechterd of gelijk is gebleven. 

  • Op het aspect verkeersveiligheid geeft ook iets minder dan de helft aan dat dit gelijk is gebleven: 50km/u wege (43%), 60 km/u wegen (41%), 80km/u (45%) wegen.

Op het aspect doorstroming iets meer dan helft (52%) aan dat dit gelijk is gebleven. Daarbij geven meer wegbeheerders aan een verbetering te zien 9%, terwijl dit bij de 1-meting 14% was en bij de 2-meting 22% was).

De meeste verslechtering volgens de wegbeheerders is op het aspect leefbaarheid in de dorpskernen (11%).

  • Tijdens de 1-meting waren de aspecten die het meest verslechteren volgens wegbeheerders veiligheid op 50 km/u- en 60 km/u-wegen (14%) en leefbaarheid (18%).

  • Tijdens de 2-meting waren dit de aspect leefbaarheid in de dorpskernen (9%) en verkeersveiligheid op 30 km/u wegen (7,5%)

Conclusie

Om de effecten op de subjectieve veiligheid in beeld te brengen zijn enquetes uitgevoerd onder weggebruikers en wegbeheerders.

Weggebruikers

Op alle aspecten geeft de meerderheid aan dat de effecten gelijk zijn gebleven. Bij de aspecten verkeersveiligheid, leefbaarheid in de dorpskernen, rijden op wegen waar niet toegestaan is, snelheid geeft circa 50-60% van de respondenten aan dat het effect gelijk is gebleven. Voor doorstroming, modder/ afvallende lading en te brede voertuigen ligt dat boven 60%.

De grootste veranderingen zijn er volgens de respondenten op de aspecten verkeersveiligheid (volgens 16% toegenomen), te hard rijden (volgens 12% is de snelheid door de wetgeving toegenomen) en doorstroming (10% geeft aan dat de doorstroming is toegenomen).

Bij bijna alle aspecten geeft ongeveer een kwart van de weggebruikers aan niet te weten hoe de situatie verandert is. Op het aspect 'rijden op wegen waar landbouwverkeer niet is toegestaan' geeft 35% aan dit niet te weten.

Wegbeheerders

In 2023 worden de meeste klachten ontvangen  over overlast door breedte (63%), te hard rijden (61%), leefbaarheid in de dorpskernen (61%).

De minste klachten (bijna-nooit) worden ontvangen over doorstroming (57%), verkeersveiligheid 80 km/uur wegen (54%) en rijden waar dit niet is toegestaan (54%).

Bij bijna alle aspecten geeft ongeveer de helft van de respondenten aan dat het effect op de aspecten gelijk is gebleven.