Oneigenlijk gebruik en milieuzones
Onder oneigenlijk gebruik wordt onder andere verstaan het inzetten van trekkers met aanhangwagens voor andere doeleinden dan landbouw (bijv. zandtransport zonder een transportvergunning). Het artikel 5.18.7a van de Regeling voertuigen gaat over het oneigenlijk gebruik van mobiele machines (MM). Het artikel luidt als volgt:
"Artikel 5.18.7a
Met mobiele machines in gebruik genomen na 31 december 2020 die alleen zijn bedoeld voor het vervoer van goederen, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, mag geen lading worden vervoerd, tenzij:
-
de mobiele machine is bestemd voor het trekken van opleggers, niet breder is dan 2,55 m, een hydraulisch traploos in hoogte verstelbare schotelkoppeling heeft en een aanhangwagen van de voertuigcategorie O trekt;
-
de lading gerelateerd is aan de functie, anders dan alleen goederen vervoeren, van de mobiele machine;
-
de lading onbeladen afneembare bovenbouwen of gestandaardiseerde laadstructuren betreft.”
Ook het ontduiken van milieuzones wordt onder oneigenlijk gebruik gerekend.
In het expertoverleg in 2023 zijn de volgende conclusies getrokken over oneigenlijk gebruik:
-
De huidige situatie leidt niet tot problemen.
-
Er is van concurrentievervalsing minder sprake door o.a. afschaffing van de rode diesel, de invoering van het T-rijbewijs en registratieplicht, en de benodigde EURO-vergunning.
-
Meenemen van passagiers op voertuigen: het toezicht daarop wordt overgelaten aan gemeenten (o.a. i.v.m. carnavalswagens).
Om handhaving op het juiste gebruik van milieuzones mogelijk te maken, is er een vertaalslag nodig naar milieuklassen voor (land)bouwvoertuigen en dienen die milieuklassen opgenomen te worden in het kentekenregister als er milieuzonering zou moeten komen. Met een landbouw- of bosbouwtrekker mag er echter nog steeds een milieuzone ingereden worden (weren kan nog niet cf. RVV). Vanaf 2025 zijn er ook ZE-zones (zero emissie-zones), dan mogen (land)bouwvoertuigen/-machines uit binnensteden geweerd worden, tenzij deze een ontheffing hebben. In de expertbijeenkomst van 2023 is het volgende opgemerkt over de handhaving van milieuzones:
-
Bij nieuwe (land)bouwvoertuigen is de milieuklasse vastgelegd (stage-klasse voor uitstoot). De koppeling met milieuzones is er nog niet.
-
Van conversievoertuigen is de milieuklasse niet bekend. De RDW kan hiervoor eventueel een vangnet opzetten: namelijk een mogelijke post-facto-indeling van milieuklassen op basis van het bouwjaar van de voertuigen.
-
Handhaving is vooral van toepassing op bouwplaatsen, aangezien daar ook bouwmachines worden ingezet die tamelijk vervuilend kunnen zijn.
-
Het instellen van milieuzones en de regelgeving daaromtrent moet bij voorkeur meer centraal geregeld worden; nu is het per stad geregeld met veel variatie in welke voertuigen worden toegelaten.
De RDW-deskundige heeft later nog de volgende verduidelijking hierover gegeven. De milieuzones zijn geregeld in het RVV en de vaststelling van de emissieklasse is geregeld in artikel 6 lid 2 van het Kentekenreglement[1]. De vaststelling van de emissieklasse werkt trapsgewijs:
-
op basis van EURO (de Europese milieunorm)
-
op basis van richtlijn en fase
-
op basis van datum eerste toelating (i.r.t. massa rijklaar)
De eerste twee methoden van vaststelling zijn er (nog) niet voor de landbouw- of bosbouwtrekkers, MMBS en MM. De regeling voor motorvoertuigcategorieën M (personenvervoer) en N (goederenvervoer) bestaat dus nog niet voor de andere motorvoertuigen. Dat heeft tot gevolg dat Nederlandse steden zelf een eigen handhavingsbeleid ontwikkelen voor die andere categorieën voertuigen.
[1]. https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006951&hoofdstuk=3&artikel=6&z=2022-01-01&g=2022-01-01