Wat zijn de effecten op routekeuze, afgelegde afstand over de openbare weg?

Zoals geconstateerd in de vorige paragraaf heeft de wetgeving tot op heden slechts op enkele plekken geleid tot een openstelling van de hoofdrijbaan voor (land)bouwverkeer. Er is echter in meerdere gevallen sprake van sluiting van de hoofdrijbaan. We constateren dat de doelstelling om het (land)bouwverkeer in de bebouwde kommen te verminderen vooralsnog niet is gehaald. Doordat er meer geslotenverklaringen zijn ingevoerd dan zijn ingetrokken is het aannemelijk dat de afgelegde afstand voor (land)bouwvoertuigen eerder is toegenomen dan afgenomen.

Wel zien we bij diverse wegbeheerders activiteiten in het aanpassen van het toelatingsbeleid waardoor openstelling van gebiedsontsluitingswegen op termijn mogelijk gaat plaatsvinden. Deze beleidsaanpassing wordt zorgvuldig en in overleg met diverse belanghebbenden voorbereid, wat tijd vraagt. Voordat het beleid is vastgesteld en de daaruit volgende verkeersbesluiten kunnen worden geëffectueerd zijn al snel twee jaar verstreken. Mogelijk is de periode vanaf 2021 tot 2024 te kort om de effecten van de wet ten opzichte van de openstellingen en afgelegde afstanden te kunnen vaststellen.

In de nulmeting is een analyse gemaakt van het aantal routes en ritten door bebouwde kommen in een viertal regio's in Nederland op basis van gegevens van het Kadaster. De bedoeling was om het effect van veranderend beleid na drie jaar inzichtelijk te maken. In geen van de vier regio's hebben tot op heden echter aanpassingen plaatsgevonden in de openstelling van gebiedsontsluitingswegen en rondwegen waardoor deze doorrekening geen verschillen ten opzichte van de nulmeting laat zien. Er is daarom afgezien van het opnieuw doorrekenen van de routes en ritten.

Breed (land)bouwverkeer

De (land)bouwsector maakt voor diverse activiteiten gebruik van voertuigen die breder zijn dan wettelijk is toegestaan. Voor deze voertuigen die breder zijn dan de wettelijke maat van 3,00 meter maar niet breder zijn dan 3,50 meter kan de wegbeheerder een ontheffing geven zodat er alsnog gebruik gemaakt kan worden van de openbare weg. De wegbeheerder kan in de ontheffingen beperkingen aangeven voor de toelating met betrekking tot plaats en tijd. 

In de huidige situatie vraagt een agrariër of loonbedrijf een bedrijfsontheffing aan per wegbeheerder. Deze ontheffing geldt dan voor alle voertuigen in diens bezit voor een periode van drie jaar. In de praktijk leidt dit tot een aantal bezwaren:

  • Bedrijven weten niet van wie welke weg is waardoor ze vaak (onbedoeld) gebruik maken van wegen waar ze geen ontheffing voor hebben.

  • Er is een administratieve last omdat bij meerdere wegbeheerders ontheffingen moeten worden aangevraagd.

  • Er is geen zicht op de aantallen voertuigen waarvoor ontheffing is verleend.

Met de invoering van de kentekening is besloten dat bij de RDW een centraal loket wordt ingesteld voor het afgeven van ontheffingen voor (land)bouwverkeer met buitenwettelijke massa’s, en afmetingen op het gebied van breedte, hoogte en lengte. Het voordeel van een centraal loket is dat het voor de voertuigbezitter eenvoudiger wordt om te voldoen aan de wetgeving en er ontstaat een beter inzicht in waar wel en niet gereden mag worden met het voertuig. Wegbeheerders bepalen dan de reikwijdte van het mandaat en geven aan welke wegen generiek geopend kunnen worden voor breed (land)bouwverkeer. Aanvragen voor wegen die niet zijn gemandateerd worden beoordeeld door de wegbeheerder. Aanvullend zijn de volgende afspraken gemaakt:

  • De ontheffing vindt plaats op kenteken.

  • De ontheffing geldt voor één jaar.

  • De ontheffing geldt voor alle wegbeheerders.

  • De RDW realiseert een digitale wegenkaart ontheffingen waarop de wegen staan waar het brede (land)bouwverkeer gebruik van mag maken.

Met de invoering van ELO-LRV wordt het voor de voertuigbezitter eenvoudiger om te voldoen aan de wetgeving. Daarnaast ontstaat een beter inzicht waar wel en niet gereden mag worden, wat ten goede komt aan de verkeersveiligheid.

Hoewel de implementatie van het centrale loket al meerdere malen is opgestart is het tot op heden nog niet geïmplementeerd. Dit betekent dat het centrale loket niet per 1 januari 2025 van start zal gaan. Mandatering vanuit wegbeheerders vindt vooralsnog plaats op basis van vrijwilligheid.

Doordat de mandatering vooralsnog op basis van vrijwilligheid plaatsvindt is de Digitale Wegenkaart Ontheffingen nog niet landsdekkend. De kaart toont alleen de wegen waar de RDW een ontheffing voor mag verlenen. Dit houdt in dat de wegen van de wegbeheerders die de RDW nog niet hebben gemandateerd niet worden getoond. Het gaat om 109 van de 342 gemeentelijke wegbeheerders, 20 van de 21 Waterschappen en 9 van de 12 provincies die nog niet zijn overgegaan op mandatering aan de RDW.