Wat is er bekend over het tegengaan van oneigenlijk gebruik zoals het "ontduiken" van milieu-, en Z.E.-zones?

Met (land)bouwvoertuigen mogen ook niet-agrarische activiteiten worden uitgevoerd, bijvoorbeeld voor beroepsgoederenvervoer zoals transport van zand en grond met landbouwtrekker en gronddumper. In Nederland is het losgelaten dat trekkers alleen voor landbouwdoeleinden ingezet mogen worden. Goederenvervoer voor derden mag, mits in het bezit van een Eurovergunning.

Om deze vraag te beantwoorden is er in interviews met politiedeskundigen in kaart gebracht wat er bekend is over het tegengaan van oneigenlijk gebruik. In deze deelvraag wordt met  "oneigenlijk gebruik" gedoeld op het inzetten van trekkers met aanhangwagens voor andere doeleinden dan landbouw (bijv. beroepsgoederenvervoer). 

Milieu- en Z.E.-zones

Met een landbouw- of bosbouwtrekker, mobiele machine of motorrijtuig met beperkte snelheid mag er  onbelemmerd een milieu- of Z.E.-zone ingereden worden, aangezien zij niet onder de regelgeving van milieu- en Z.E.-zones vallen. De eerste Z.E. zones worden per 1 januari 2025 van kracht. Formeel is er dus geen sprake van oneigenlijk gebruik maar van ongewenst gebruik door (land)bouwvoertuigen. De Z.E.-zones worden immers ingesteld uit oogpunt van luchtkwaliteit. Het gebruik van (land)bouwvoertuigen op fossiele brandstoffen als vervanging van bedrijfsauto's heeft een averechts effect op de doelstelling.

De handhaving op de milieu- en Z.E.-zones is niet mogelijk, omdat dit niet in het Reglement Verkeersregels en Verkeertekens en Kentekenreglement is geregeld. (Land)bouwvoertuigen hebben in tegenstelling tot bedrijfsauto’s geen Euroclassificering hebben, maar een  FASE-aanduiding.

De milieuzones gaan nu echter uitsluitend uit van de Emissieklasse die gebaseerd is op Euro-aanduiding of datum eerste toelating en alleen voor bedrijfsauto’s geldt. Daarbij komt nog dat voor conversie- (land)bouwvoertuigen geen FASE-aanduiding is vastgelegd in het kentekenregister.

Niet alleen rijst de vraag of dit principieel juist is, aangezien fossiel aangedreven (land)bouwvoertuigen (zijnde nagenoeg 100% van het bestaande voertuigpark) ook schadelijke emissies uitstoten, waarbij de schoonste FASE-aanduiding nog steeds iets minder schoon is dan de schoonste Euro-aanduiding. Ook zien we in de dagelijkse praktijk dat met (land)bouwvoertuigen veelal hetzelfde goederenvervoer wordt/kan worden verricht, als met vrachtauto’s, terwijl die laatste wel aan de regelgeving omtrent milieu- en Z.E.-zones moeten voldoen. Dit leidt/kan leiden tot legale, zij het vanuit meerdere invalshoeken ongewenste, ‘ontduiking’ van milieu- en Z.E.-zones. Immers, dit is niet alleen ongunstig voor de luchtkwaliteit in die zones, maar ook voor de verkeersveiligheid en het economisch level playing field. Dit geldt overigens ook voor de andere voertuigsoorten zoals bromfietsen, motorfietsen en driewielige motorrijtuigen (Europese voertuigcategorie L). Ook daar is nog geen emissieklasse bepaling voor geregeld.

Met een landbouw- of bosbouwtrekker mag er nog steeds een milieuzone ingereden worden (weren kan nog niet conform RVV).

Vanuit de expertgroep werd ook aangegeven dat bij nieuwe (land)bouwvoertuigen de FASE-aanduiding is vastgelegd, maar de koppeling met milieuzones er nog niet is, omdat er nog geen regelgeving is omtrent bepaling van de emissieklasse. Voor de zogeheten conversievoertuigen en voor de 2- en 3-wielers zijn er ook nog geen emissieklassen.

Omdat er geen controle en registratie plaatsvindt op het gebruik van (land)bouwvoertuigen, is onbekend hoeveel oneigenlijk gebruik van (land)bouwvoertuigen voorkomt. Om handhaving met betrekking tot milieuzones mogelijk te maken, is het noodzakelijk dat er een vertaalslag wordt gemaakt van FASE-aanduiding naar emissieklassen. Deze vertaling dient opgenomen te worden in het kentekenreglement wanneer er sprake is van een milieu- of Z.E.-zonering of wanneer deze zou moeten worden ingesteld. Als de FASE-aanduiding ontbreekt kan op basis van in het kentekenregister opgenomen 'datum eerste toelating' overeenkomstig de vrachtauto’s de emissieklasse worden bepaald. Met de vastgelegde emissieklasse kan dan de toegang tot milieu- en Z.E.- zones worden gereguleerd.

De voorkeur is daarbij dat de milieu- en Z.E.-zonering op een centraal niveau geregeld blijft/wordt in plaats van per stad, aangezien verschillende regelgeving per plaats/zone voor ondernemers niet werkbaar is.

Vanaf 2025 gelden er ook Z.E.-zones, waaruit (land)bouwvoertuigen/machines bij ongewijzigde regelgeving evenmin geweerd kunnen worden, omdat zij nu niet binnen de scope vallen. 

Concurrentievervalsing

Het oneigenlijk gebruik is in het verleden gekoppeld aan concurrentievervalsing. Dit is wat TLN betreft nog steeds een serieus issue, niet alleen binnen de huidige milieuzones en aankomende Z.E.-zones, maar ook daarbuiten, ondanks eerdere afschaffing van de rode diesel, de invoering van het T-rijbewijs en registratieplicht en de benodigde Eurovergunning. Huidige kabinetsplannen spreken immers weer over herinvoering van rode diesel voor de agrarische sector en daarmee aannemelijkerwijs voor (land)bouwvoertuigen. De aanstaande vrachtwagenheffing die ook op delen van het onderliggende N-wegennet zal gelden is evenmin van toepassing op (land)bouwvoertuigen, ook als daarmee goederenvervoer wordt verricht.