Wet- en regelgeving m.b.t. landbouwverkeer tot 2020
In Nederland valt de regelgeving voor (land)bouwvoertuigen onder de Wegenverkeerswet 1994 en sinds 1995 mogen (land)bouwvoertuigen op de openbare weg rijden ongeacht het gebruiksdoel. Daarvoor mocht dat alleen voor agrarische doeleinden. Volgens de wet- en regelgeving vóór de wetswijziging geldt het volgende voor land- en bosbouwtrekkers (LBT’s) en de motorrijtuigen met een beperkte snelheid (MMBS’en) op de openbare weg:
-
De maximum snelheid die de voertuigen mogen rijden is 25 km/u.
-
Er is geen kentekening van (land)bouwvoertuigen.
-
Er is geen periodieke keuring (APK).
-
Bestuurders dienen sinds 1 juli 2015 in het bezit te zijn van een tractorrijbewijs (T-rijbewijs).
-
Per 1 januari 2016: goedkeuringsplicht van en het markttoezicht op LBT's (verordening (EU) nr. 167/2013).
-
Er gelden permanente gebruikseisen en (technische) eisen (m.b.t. remmen, verlichting, spiegels, massa, aslasten en maximale afmetingen). Er gelden richtlijnen voor de remvertraging van (land)bouwvoertuigen. Bij een maximale constructiesnelheid van 30km/u, moet de remvertraging minimaal 2,4m/s2 zijn. Bij een maximale constructiesnelheid van meer dan 30km/u moet dit minimaal 3,1m/s2 zijn. Daarnaast kunnen ontheffingen worden verleend voor (land)bouwvoertuigen m.b.t. gewicht, breedte en lengte. Zo kunnen wegbeheerders voor voertuigen die breder zijn dan 3 meter een mandaat verstrekken aan RDW voor voertuigen met een breedte tot 3,5 meter. Enkele keren worden speciale ontheffingen verleend tot 4 meter. Hierdoor kunnen die voertuigen toch op bepaalde wegen rijden.
Grensverkeerkenteken: in de grensgebieden van Nederland voeren (land)bouwvoertuigen wel een kenteken, omdat dit in de ons omringende landen verplicht is. Dit betekent dat als (land)bouwvoertuigen de grens passeren, de voertuigen een kenteken moeten voeren.