Ongevallen met (land)bouwvoertuigen

Om de effecten van de voor de verkeersveiligheid in beeld te brengen is het aantal geregistreerde ongevallen in beeld gebracht. De ongevallencijfers zijn gebaseerd op het Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON). In de BRON-data zijn alle verkeersongevallen in Nederland opgenomen die door de politie en/of weginspecteurs van Rijkswaterstaat zijn vastgelegd. In werkelijkheid vinden er veel meer ongevallen plaats, maar de politie wordt niet bij alle ongevallen opgeroepen en worden lichtere ongevallen niet geregistreerd.

Ongevallen met voertuigen op de openbare weg kunnen niet uit gegevens van verzekeraars worden gehaald. Rijkswaterstaat ontwikkeld momenteel de Data Suite Ongevalsregistratie (DSO) waar op basis van Big Data betere ongevalscijfers worden gegenereerd. Tegelijkertijd speelt de AVG een rol waardoor de openbare beschikbaarheid van de ongevalsdata voor onderzoeksdoeleinden beperkt wordt. Hierdoor wordt de realisatie van ongevalsanalyses minder toegankelijk. Tevens zal met de DSO een trendbreuk ontstaan omdat de data van eerdere jaren gebaseerd was op andere bronnen.

Aantal ongevallen met betrokkenheid (land)bouwvoertuigen

Onderstaande figuren laten zien hoeveel ongevallen er in de BRON-data geregistreerd zijn. Bij de ongevallenfrequentie, moet worden opgemerkt dat de data voorzichtig moet worden geïnterpreteerd vanwege de sterk dalende registratiegraad bij de politie tot 2015. 

In de figuren is te zien te zien dat er in 2019 in totaal 448 ongevallen zijn geregistreerd waarbij een (land)bouwvoertuig betrokken was. Dit is 0,44% van het totaal aantal ongevallen die in 2019 in Nederland geregistreerd zijn (102.564 ongevallen). Tussen 2015 en 2017 was er een lichte stijging te zien, van 375 ongevallen naar 472 ongevallen. Vanaf 2017 is er een licht afname zichtbaar.

Onderstaande figuur laat zien dat in de periode tussen 2015 – 2019 het aantal gewonden is gestegen. In 2015 zijn er 92 gewonden gevallen waarbij (land)bouwvoertuigen betrokken zijn, en zijn dit in 2019 110 gewonden. Het aantal dodelijke slachtoffers is redelijk constant tussen 2015 en 2019; in 2015 zijn er 16 slachtoffers overleden als gevolg met een ongeval waarbij een (land)bouwvoertuig betrokken was, in 2019 waren 13 slachtoffers overleden.

Waar

Door de jaren heen blijft het aantal ongevallen per locatie contstant. In de periode 2015-2019 vindt ongeveer twee derde van de ongevallen met (land)bouwvoertuigen plaats op gemeentelijke wegen, een kwart op provinciale wegen, ongeveer 5% op wegen die in beheer bij waterschap zijn en ongeveer 2% op Rijkswegen. 

Ook is onderscheid gemaakt tussen ongevallen binnen de bebouwde kom (35-40%) en buiten de bebouwde kom (60%).

Bostpartners

In de registratiegraad zien we een sterke toename aan geregistreerde ongevallen met overige vervoerswijzen. Onder overige vervoerswijze worden bijvoorbeeld ongevallen gezien met een camper, trein, scootmobiel, etc. Maar ook enkelzijdige ongevallen, zoals een gekanteld voertuig of een botsing met een obstakel zoals een boom worden hieronder verstaan.

In 2019 waren 448 geregistreerde ongevallen met (land)bouwvoertuigen waarvan bij 53 gevallen een auto betrokken was, 26 gevallen een fieters/ snorfietser of bromfietser. Vanaf 2017 is te zien dat het aantal ongevallen waarbij de botspartner met een fiets/snorfiets/bromfiets is toegenomen en ongevallen met een bestelauto/vrachtauto zijn afgenomen. De ongevallen waarbij een motor of scooter betrokken was, is sinds 2015 ongeveer gelijk gebleven. Zo was in 2017 bij 5 ongevallen een motor/scooter betrokken. Ook het aantal ongevallen waarbij een auto betrokken was, is sinds 2017 ongeveer gelijk gebleven.

De belangrijkste vormen van de ongevallen zijn: Flankongevallen (zijkanten van voertuig) (40%), Kop-staart botsingen (15%) en frontale botsingen (15%). Bij nog eens 15% van de ongevallen is onbekend om wat voor soort ongeval het betrof. Aandachtspunt bij deze cijfers is dat enkel ongevallen geregistreerd worden door de politie. Bij enkelzijdige ongevallen, of een aanrijding met een geparkeerd voertuig of een ander los voorwerp, komt niet altijd de politie voor de afhandeling van schade.

Leeftijd bestuurders

Uit recente ongevalsgegevens is geen informatie over de leeftijd van bestuurders beschikbaar. In verband met de privacy wetgeving is deze informatie niet meer beschikbaar. Uit eerder onderzoek van Royal HaskoningDHV in 2016[1] , met als bron dezelfde database van Rijkswaterstaat (Rijkswaterstaat Data-ICT-Dienst, 2013), is inzicht verschaft in de leeftijd van de bestuurders van de (land)bouwvoertuigen die betrokken zijn geweest bij ongevallen. In de periode 2004 – 2015 was 24% van de bestuurders betrokken bij ongevallen jonger dan 24 jaar, en 9% was jonger dan 18 jaar.

Verder geldt voor de ernstige slachtofferongevallen (ziekenhuisgewonden en doden) dat voor de periode 2004-2015 het (land)bouwvoertuig in circa 60% van de ongevallen de veroorzaker is van het ongeval. Bij bestuurders jonger dan 25 jaar is dit 66%, en 72% als de bestuurders jonger zijn dan 18 jaar.

Conclusie

Om de effecten van verkeersveiligheid in beeld te brengen is het aantal geregistreerde ongevallen in beeld gebracht. De ongevallencijfers zijn gebaseerd op het Bestand geRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON). In 2019 zijn in totaal 448 ongevallen geregistreerd waarbij een (land)bouwvoertuig betrokken was. Dit is 0,44% van het totaal aantal ongevallen die in 2019 in Nederland geregistreerd zijn (102.564 ongevallen). De stijging vanaf 2015 betreft met name ongevallen waarbij slachtoffers zijn betrokken, het aantal ongevallen met een dodelijke afloop zijn gelijk gebleven. Ongeveer twee derde van de ongevallen vindt plaats op gemeentelijke wegen. Bij 53 gevallen was naast een (land)bouwvoertuig ook een auto betrokken, en 26 keer een fietser/snorfietser/bromfietser.

  • 1 Onderdeel van de evaluatie T-rijbewijs, 2016