Toelatingsbeleid met betrekking tot landbouwverkeer

Huidig toelatingsbeleid op wegen

In Nederland zijn wegbeheerders verantwoordelijk voor verkeersveiligheid en doorstroming op de wegen (met uitzondering van o.a. handhaving). Dit betekent dat zij maatregelen moeten nemen en de weg zo ontwerpen dat deze veilig en betrouwbaar is. Om de verkeersveiligheid te verhogen worden wegen ingericht volgens Duurzaam Veilig richtlijnen. [1]

(Land)bouwverkeer omvat voertuigen die voor wegbeheerders niet eenvoudig op wegen zijn te plaatsen.

Op de wegen die qua profiel het meest geschikt zijn, de gebiedsontsluitingswegen, zijn (land)bouwvoertuigen ongewenst in verband met de doorstroming, terwijl op erftoegangswegen (land)bouwvoertuigen uit verkeersveiligheidsoogpunt ongewenst zijn.

Volgens Duurzaam Veilig is het onwenselijk om landbouwverkeer toe te laten op gebiedsontsluitingswegen (buiten de bebouwde kom) vanwege onder andere de grote snelheidsverschillen, 80 vs. 25 km/u (SWOV, 2006). Echter, in de praktijk zijn gebiedsontsluitingswegen regelmatig opengesteld voor (land)bouwvoertuigen. Oorzaken hiervan zijn dat het van oorsprong al zo geregeld is, dat percelen via die wegen worden ontsloten, dat deze wegen geen parallelwegen hebben voor landbouwverkeer, lage intensiteit van het verkeer op de hoofdrijbaan en/of om te voorkomen dat landbouwverkeer mengt met fietsverkeer.

Daarnaast verschilt het toelatingsbeleid van landbouwverkeer per provincie. Zo wordt landbouwverkeer in onder andere Groningen, Drenthe en Flevoland zoveel mogelijk toegelaten op gebiedsontsluitingswegen, mits omstandigheden het toelaten. In onder andere de provincies Overijssel, Gelderland en Zuid-Holland wordt landbouwverkeer in principe niet toegestaan op gebiedsontsluitingswegen.

Gemeentelijke wegbeheerders zijn de laatste jaren actief bezig geweest met Duurzaam Veilig en hebben werk gemaakt van de herinrichting van de 30 km/u gebieden. Daarbij is een tendens waar te nemen dat veel kernen vaak, in overleg met provinciale wegbeheerders, rondwegen hebben gerealiseerd om het verkeer door hun woonkernen te weren. Na de realisatie van deze rondwegen zijn de oude doorgaande wegen vervolgens gereconstrueerd waarbij landbouwverkeer fysiek nauwelijks gebruik meer kan maken van deze wegen. Het gevolg is dat voor deze voertuigen wordt gepleit voor openstelling van de rondwegen. 

Onderstaande kaart geeft weer op welke wegen een geslotenverklaring voor landbouwverkeer van toepassing is. In de volgende metingen worden de geslotenverklaringen vergeleken om te zien of en welke wegen worden opengesteld of juist worden gesloten voor landbouwverkeer.

Zoom in op de kaart door op een + of - te klikken of door te scrollen met de muis op de kaart.

Geslotenverklaringen voor landbouwverkeer (borden C8 en C9)

Verwachtingen toelatingsbeleid door wegbeheerders

Om het toelatingsbeleid in beeld te krijgen is aan wegbeheerders gevraagd of zij, door het ingaan van de nieuwe wetgeving, hun beleid op het gebied van landbouwverkeer zullen aanpassen. Wegbeheerders reageerden hierop als volgt:

Het 38% van de wegbeheerders geeft aan het beleid ten aanzien van landbouwverkeer niet aan te passen, 37% geeft aan dit nog niet te weten.

  • 1 Duurzaam Veilig is een visie op hoe het verkeer systematisch maximaal veilig gemaakt kan worden. De visie gaat uit van een proactieve benadering: de verkeersomgeving moet zó zijn vormgegeven, dat er geen ernstige ongevallen gebeuren. Mocht er tóch een ongeval plaatsvinden, dan moet de ernst ervan beperkt zijn.