Verantwoording enquêtes 3-meting

Bestuurders (land)bouwvoertuigen

De vragenlijst kon worden ingevuld van 10 januari tot en met 29 februari 2024. In totaal hebben 333 respondenten de vragenlijst volledig ingevuld, waarvan de meesten uit Noord-Brabant (24%) en daarna uit Gelderland (16%) en Noord-Holland (10%) komen. De minste respondenten komen uit Zeeland (2%), Groningen (2%) en Drenthe (3%). Dit komt globaal overeen met meting 2, waar de meeste respondenten uit Noord-Brabant en Gelderland kwamen en de minste uit Drenthe en Flevoland.

Meer dan de helft van de respondenten zijn tussen de 40 – 59 jaar oud (51%). 26% is ouder dan 60 jaar. Dit is ook te zien in meting 2, waar 56% tussen de 40-59 jaar oud is en 30% ouder dan 60 jaar is. Dit verschilt significant met de 1-meting. In meting 2 en 3 zijn er naar verhouding meer 60-plussers die hebben gereageerd (circa 26% en 30% tegenover 20% in de 1-meting).

Het type bedrijf wat de respondenten hebben of waar ze werken loopt uiteen. Wel is er een verschil te zien tussen deze meting en de 2-meting. Zo gaat het in deze meting bij 27% om een Hobbymatig/ Oldtimer vereniging, tegenover 14% in de 2-meting. In de 3-meting heeft 23% een mechanisatiebedrijf aangegeven en 10% grondwerk. In meting 2 werd dit door 15% aangegeven. 18% heeft in meting 3 een loonbedrijf aangegeven, tegenover 30% in de 2-meting. 14% heeft bij meting 3 anders, namelijk … aangegeven.

36% van de respondenten in meting 3 rijdt (bijna) dagelijks met een (land)bouwvoertuig op de weg (uitgaande van een maatgevende periode in het jaar), tegenover 54% in meting 2. Dit is een groot verschil. In meting 3 heeft 95% van de respondenten aangegeven bekend te zijn met de wet ‘APK-, kenteken- en registratieplicht’ voor (land)bouwvoertuigen die per 1 januari 2021 is ingegaan. Dit komt overeen met meting 2 (96%). Respondenten die bekend zijn met de wetgeving, zijn op de hoogte gebracht via de website/ nieuwsbrief mijn brancheorganisatie (LTO, Cumela, etc) (65%), gevolgd door landelijk/ regionaal nieuws (bijv. journaal, krant, etc) (41%) en daarna via RDW (32%). Bij deze vraag konden meerdere antwoorden worden aangekruist, dus de respondenten kunnen op de hoogte gebracht zijn op verschillende manieren.

Wegbeheerders

De vragenlijst kon worden ingevuld van 10 januari tot en met 29 februari 2024. In totaal hebben 56 respondenten de vragenlijst volledig ingevuld, waarvan de meeste uit Gelderland (18%) en Limburg (18%), gevolgd door Noord-Brabant (14%) en Zuid-Holland (14%). Meer dan de helft van de respondenten (57%) geeft aan als wegbeheerder een paar keer per jaar belast te zijn met het onderwerp (land)bouwverkeer, wat overeen komt met meting 2. Dit wordt gevolgd door een paar keer per maand (20%), nooit (14%) en wekelijks (9%). Op het antwoord nooit na, komt dit overeen met meting 2. Niemand heeft dagelijks aangegeven. 43% van de wegbeheerders die de vragenlijst heeft ingevuld, heeft afgelopen jaar contact gehad met eigenaren van (land)bouwvoertuigen. 43% heeft geen contact gehad en 14% heeft deze vraag niet te zien gekregen. Gezien de beperkte omvang van de steekproef moeten de resultaten van de vragenlijst voor de wegbeheerders voorzichtig geïnterpreteerd worden.

Bestuurders van overige voertuigen

De vragenlijst voor overige weggebruikers is, net als in de eerdere metingen, uitgezet via het RWS-panel. De vragenlijst kon worden ingevuld van 10 januari 2024 tot en met 7 februari 2024 In totaal hebben 660 respondenten de vragenlijst ingevuld, waarvan de meeste respondenten uit Overijssel (12%) komen, gevolgd door Groningen (11%) en Friesland (11%). Dit verschilt van de 2-meting, waar de meeste respondenten uit Zuid-Holland (30%) en daarna uit Noord-Brabant (12%) kwamen. 85% van de respondenten is man, 15% is vouw. Dit is vergelijkbaar met de 2-meting, waar 87% man was en 13% vrouw. 60% van de respondenten is tussen de 40-64 jaar oud. Circa een derde (32%) is 65+ en 8% is tussen de 18-39 jaar oud. 69% van de respondenten maakt 4 of meer keer per week gebruik van de auto, tegenover 72% in meting 2.  De fiets wordt door 27% van de respondenten 4 of meer keer per week gebruikt, wat overeen komt met meting 2 (28%). Andere vervoermiddelen zoals de speed-pedelec, bromfiets/scooter, motor en vrachtwagen maakt veruit het grootste deel van de respondenten nooit gebruik (van 78% die nooit gebruik maakt van de vrachtwagen tot 99% bij de speedpedelec).